Dit is de eerste blog uit een serie blogs over de Kennisnet Onderzoeksconferentie 2016 met als thema ICT werkt.

Kennisnet organiseerde op 15 juni 2016 een zeer leerzame onderzoeksconferentie in het Flint theater te Amersfoort. Zoals Margriet Sitskoorn aanbeval tijdens haar afsluitende vermakelijke en zeer leerzame keynote, heb ik vannacht netjes acht uur slaap gepakt (precies tussen 7 – 9 uur zoals dat hoort voor iemand van 23). Zo kan ik vandaag, een dag later, in deze blogreeks samenvatten wat ik heb geleerd op de onderzoeksconferentie. Kon je er niet bijzijn of wil je alles teruglezen? Dan kan dat in deze blogreeks of in de liveblog die ik tijdens de onderzoeksconferentie bijhield.

Werkt adaptieve software?

De focus lag bij het merendeel van de sprekers op adaptief onderwijs. Vaak werd deze focus gelinkt aan het gebruik van ICT om adaptief onderwijs mogelijk te maken. Iedere dag bijhouden wat leerlingen doen, hoe ze het doen en hoe lang ze erover doen is namelijk letterlijk een dagtaak en niet mogelijk als je meer dan één leerling in je klas hebt, laat staan 30!

Bovendien is one size fits all niet oké, zo stelt Liesbeth Kester.  We richten ons teveel op de gemiddelde leerling volgens de OESO.

One size fits all is niet oké

Wat ik met de verschillende pitches aan kennis heb kunnen verzamelen omtrent adaptieve software zoals Muiswerk, Veilig Leren Lezen, Rekentuin, Studyflow of Snappet is dat rekening gehouden dient te worden met de volgende aspecten:

  • Vooral sterke leerlingen groeien sneller dan voorheen door adaptief onderwijs. Zwakke of gemiddelde leerlingen presteren vaak zoals voorheen. Betekent dit dat we alleen adaptief onderwijs in moeten zetten voor sterke leerlingen? Wat mij betreft absoluut niet! Een van de verklaringen die gegeven werd voor dit fenomeen is dat sterke leerlingen naar aanleiding van hun goede resultaten meer uitgedaagd worden en dus ook meer kans krijgen om te groeien. Daarbij komt dat docenten door middel van een dashboard inzicht krijgen in hoe sterk zij zijn en daardoor vaak ook weer extra aandacht gaan besteden aan deze leerlingen. Hierdoor behandelen we de klas niet als de gemiddelde leerling.
  • Maar hoe zit het dan met de zwakke en gemiddelde leerling? Deze hoeven niet meer op hun tenen te lopen en houden ook de rest van de klas niet op. Bovendien kunnen zij op hun tempo, onder begeleiding van een docent, de leerstof doorlopen. Ondanks hun gebrek aan extra groei ten opzichte van ‘traditioneel’ onderwijs worden zij dus wel beter begeleid en voelen zij zich prettiger.
  • Het succes van adaptieve software hangt samen met de docent die tussen de leerlingen staat. Een docent die op basis van de informatie die hij of zij op het dashboard ziet geen actie onderneemt, ziet kleinere verschillen tussen traditionele methoden en adaptieve software.
  • Het onderwijs werd er niet leuker door. Zoals mijn mentorleerlingen uit 3 atheneum vaak nuchter zeggen als ik vraag hoe ze hun week hebben ervaren: “Ja er zijn wel wat leuke / minder leuke dingen gebeurd, […] maar het blijft school hé?” Rekenen blijft rekenen en spelling blijft spelling. Het zijn over het algemeen geen taakgerichte opdrachten met een diepere betekenis die je in de adaptieve software terugvindt. Het is vooral oefenen, oefenen en oefenen. Deliberate Practice is nodig om verhoogd leerrendement te behalen.
  • Studyflow bouwde om bovengenoemde reden een competitief beloningssysteem in. Leerlingen moesten namelijk punten van de computer stelen door vragen goed te beantwoorden. De computer kon deze ook weer terug stelen als de leerlingen een vraag fout beantwoordden. Het aantal punten dat te winnen of te verliezen was hing bovendien samen met de moeilijkheidsgraad van de vraag. Leerlingen gingen zelfs na schooltijd aan de slag met Studyflow.
  • Leerlingen maken door adaptieve software geen onnodige opdrachten meer. Zij maken enkel opdrachten om iets te leren dat zij nog niet konden of als check om te kijken of ze een niveau aankunnen. Adaptief onderwijs zorgt er dus wel voor dat leerlingen minder snel verveeld raken omdat ze op hun of net boven hun niveau werken / uitgedaagd worden.
  • Bij het kiezen adaptieve software is het van groot belang op welke manier, rekening houdend met welke factoren, en hoe accuraat leerlingsprestatie gemeten wordt. Deze metingen zijn namelijk de spil achter adaptief onderwijs.

Adaptief onderwijs zonder ICT

Wat mij opviel was dat de gepresenteerde ideeën omtrent adaptief onderwijs voornamelijk betrekking hadden op het gebruik van ICT met als doel door middel van makkelijk te beoordelen opdrachten, het niveau van leerlingen te bepalen. Met de gegevens die dat oplevert worden dan opdrachten op gepast niveau aangeboden. Dit zijn echter wederom makkelijk te beoordelen weinig betekenisvolle opdrachten.

Niet alles is makkelijk te beoordelen. Adaptieve software lijkt mij daarom met name interessant voor bijvoorbeeld, technisch lezen, spelling en rekenen. Dit zijn zeer belangrijke onderdelen en dus zie ik het nut van digitaal adaptief onderwijs zeker in. Ik zie echter graag dat mensen hun visie en ideeën delen over adaptief onderwijs op andere vlakken. Ik kan me voorstellen dat gigantische itembanken per onderwerp nodig zijn als je adaptieve software wilt creëren voor allerlei VO vakken zoals aardrijkskunde en natuurkunde. Op reproductie, toepassing 1, toepassing 2  en inzicht (RTTI) niveau vragen stellen over platentektoniek of schakelingen lijkt me een flinke klus en tevens moeilijk te realiseren.

Omdat dit soort ontwikkelingen hierom vermoedelijk lang op zich laten wachten roep ik eenieder op taakgericht te gaan werken. Laat leerlingen betekenisvolle opdrachten uitvoeren voor belanghebbende uit bijvoorbeeld het zakenleven of de publieke sector. Zorg ervoor dat ze deze opdrachten enkel kunnen uitvoeren mits ze de te leren stof begrepen hebben en ondersteun hen waar nodig. Een leerling kan pas verder aan een volgende opdracht voor een andere opdrachtgever als ze de voorgaande succesvol hebben afgerond. Op deze manier is onderwijs betekenisvol, leerzamer door ervaring en ook adaptief. De docent, het bedrijf en de leerlingen met wie samengewerkt wordt, kunnen namelijk feedback of ondersteuning bieden. Leerlingen werken in hun eigen tempo en worden toch uitgedaagd. Bovendien kunnen leerlingen bepaalde onderwerpen die zij moeilijk vinden niet meer overslaan door het in een volgend hoofdstuk beter te doen.

Adaptief onderwijs: Ja of nee?

Ja! Voor spelling, technisch lezen en rekenen zijn positieve resultaten naar voren gekomen. Deze onderdelen kunnen door middel van digitaal adaptief onderwijs goed getraind worden. Andere materie zoals begrijpend lezen, platentektoniek en de Nederlandse geschiedenis vragen misschien een minder digitale geautomatiseerde aanpak.

Meer lezen over de 2016 Kennisnet Onderzoeksconferentie ICT werkt? Houd www.nieuwkrijt.nl goed in de gaten. We plaatsen vandaag meerdere blogs!

Dennis de Vink

Gedreven docent Engels en mentor. Dennis schrijft met veel passie een eigen methode voor zijn vak en is erg enthousiast over formatief evalueren en handelen.

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Sluit Menu