Druk geregeld op F5 om de pagina te verversen!

15:16 Welke vaardigheden leiden tot succesvol gedrag?

succesvol gedrag

Waarom?

We leven in een VUCA wereld. Een dynamische, veranderende, haastige, onzekere snelle wereld.

Deze eigenschappen helpen je om te gaan met de VUCA wereld waarin wij leven:

VUCA wereld

De executieve vaardigheden zijn gerelateerd aan de PFC (prefrontale hersenschors) Deze ontwikkel je net name in de schoolgaande leeftijd. Het is een relatief nieuw gebied in de geschiedenis van het ontstaan van de verschillende onderdelen van de hersenen.

Belangrijke eigenschappen en vaardigheden zijn dus: een goed werkgeheugen, vermogen om impulsen te onderdrukken, mentale en flexibele flexibiliteit.

Als we onze kinderen de bovengenoemde vaardigheden niet helpen ontwikkelen zijn ze slecht voorbereid op onze hectische VUCA wereld.

Iedere ervaring heeft invloed op de structuur en werking van de hersenen. Het mechanisme van ontwikkeling noemen we neuroplasticiteit. Het zet zich in voor adaptief gedrag. Wat je doet, waar je je aan bloot stelt, bepaalt de vorming van je hersenen.

Hoe vorm je jouw PFC zo dat deze succesvol wordt?

E F F E C T

Enriched environment – informatie oppikken uit de omgeving. Nieuwe informatie welteverstaan. Nieuwe dingen. Uit je comfort zone. Je creëert hiermee nieuwe neuronen.

Flow-focused training – Mindfulness, meditatie, apps, etc. Dit is belangrijk omdat onze genotssystemen gereguleerd dienen te worden. Aandacht moet getraind worden om weerstand te kunnen bieden aan lusten (voedsel, seks, materiaal, alchohol etc.) leerlingen moeten leren hun aandacht te richten. Ze zijn teveel bezig met aandacht verdelen. Multitasken is ongezond.

Fixed-sleep pattern – Slaap is vitaal. Structureel genoeg slaap en altijd op hetzelfde moment.

Exercise – Zowel kracht als duurtraining.

Connect today with tomorrow – Wat je vandaag doet heeft effect op morgen. Je acties van nu hebben invloed op later. Jezelf kunnen inhouden is een zeer belangrijke vaardigheid die ontwikkeld dient te worden.

Time – het belang van tijd.

We moeten van een top-down naar een bottom-up control. Kijk voor meer informatie op www.ik2.nl

15:09 programmeeronderwijs

Leren programmeren in het primair onderwijs. Leren doen dit momenteel op twee manieren: Tekstueel en Visueel. Dat tekstuele kan digitaal en fysiek met bijvoorbeeld blokjes die later gescand kunnen worden. Tot slot is het mogelijk met kaarten instructies neer te leggen die anderen kunnen volgen. Zowel jongens als meisjes zijn enthousiast en capabel om te programmeren. Ze zijn allen gebaat bij een goede interface, annotaties en interactie zoals chat of f2f. (online) Tutorials helpen leerlingen ook goed. De leerling moet meer ruimte voor aantekeningen en peer expert contact krijgen. verder interessant: ICT materiaal is niet nodig om te leren programmeren maar draagt wel bij aan de beleving.

15:06 Wat voor ICT gebruiken docenten en waarom?

Interactie software wordt weinig gebruikt (sociale media, pear deck, nearpod etc.). Presentatiesoftware juist heel veel (powerpoint, en hardware als een beamer). In het PO wordt oefenmateriaal veel gebruikt.

Docenten focussen weinig op onderzoek en voornamelijk op eigen ervaring. Er moet meer aandacht naar zinvolle inzet van ICT op lerarenopleidingen.

14:57 Adaptieve onderwijstechnologie

Met name sterk presterende leerlingen hebben baat bij adaptieve opdrachten. Deze leerlingen leren uiteindelijk veel meer dan gemiddelde en lage leerlingen. Verklaringen:

  • Sterk presterende leerlingen worden meer uitgedaagd bij adaptieve technologie (omdat ze moeilijkere opdrachten krijgen n.a.v. hun prestaties) en laag scorende juist in klassikaal onderwijs (omdat ze daar moeilijk meekomen).
  • De leerlingen die hulp krijgen zijn voornamelijk de leerlingen die laag presteren in traditioneel niet adaptief onderwijs. Leerlingen die gemiddeld of goed presteren krijgen meer aandacht bij adaptief onderwijs door het dashboard. Het dashboard laat namelijk zien hoe de leerling het heeft gedaan. Hierdoor kan de docent hen helpen nog verder boven zichzelf uit te stijgen. Dit gebeurt ook volgens de verzamelde gegevens.

Tips:

  • De manier waarop je adaptief toetsen inzet bepaalt het resultaat.
  • Laat leerlingen meer adaptief werken en volg ze op het dashboard.
  • Er zijn grote verschillen tussen leraren in dashboard gebruik. wissel ideeën uit.
  • formuleer richtlijnen voor de inzet van adaptieve technologie.

Van papier naar digitaal toetsen / adaptief toetsen.

Computer adaptief werken heeft de volgende voordelen:

  • In kortere tijd nauwkeuriger informatie verkrijgen over de cognitieve vaardigheden.
  • Zwakke leerlingen kregen makkelijkere vragen en sterke leerlingen moeilijkere vragen. Uiteindelijk wel een duidelijk beeld van niveau.
  • Dit zorgde voor fraudepreventie

Dit waren de nadelen:

  • niet terugbladeren
  • item exposure
  • communicatie over het toetsen met ouders
  • vereist een grote itembank
  • moeilijk herstel van slechte start.

Vervolgvraag: Kunnen we hetzelfde meten met papieren als met digitale toetsen?

14:30 Pitchronde 3: perspectief leraar – Jan van Tartwijk start

Leraren: Tussen expertise en innovatie. Expertise =(voor een groot deel) routine. Ict in onderwijs vraagt om het constant vernieuwen van routine.

Hoe blijven docenten bereid continue hun routine te vernieuwen?

Expert: consistent beter presteren op representatieve taken. Expertise: Een aanpassing aan de eisen van een taak.  Automatiseren staat centraal.

Leraren zijn net grootmeesters. Docenten zijn door ervaring getraind allerlei situaties in klassen te herkennen; ze hoeven niet meer na te denken over hoe te handelen. Vertellen hoe je als docent handelt is voor docenten dan ook lastig. De kennis is als het ware geëncapsuleerd. Naderhand n.a.v. een video vragen waarom een docent heeft gehandeld zoals hij of zij heeft gehandeld kunnen docenten vaak wel. Blijven nadenken over je handelen (gericht oefenen op wat je al kunt of moet leren = deliberate practice) is belangrijk omdat je anders niet meer scherp en kritisch bent.

Er moet een balans gevonden worden door innovatie en efficiëntie af te wisselen. Heel veel vernieuwing is frustrerend omdat houvast ontbreekt en consistentie betekent dat je niet meer kritisch handelt en kennis minder paraat wordt.

13:52 Terugkijken met een tablet

Welk type ondersteuning hebben leerlingen nodig om de juiste informatie uit instructiefilmpjes te halen?

  • Visuele én auditieve ondersteuning per filmpje helpt. Want hoe weet een leerling waar hij of zij moet kijken? Bijvoorbeeld pijlen of een zaklamp op hetgeen belangrijk per video. Dit is bijvoorbeeld belangrijk voor gymlessen waarbij bepaalde houdingen aangenomen moeten worden. Het is dus belangrijk voor het bewegingsonderwijs. Er moet een toepassing ontwikkeld worden die makkelijk is voor de docent en leerling. Ook voor medische vakken (bijvoorbeeld op het WO) is dit nuttig

13:47 Studyflow

Doel: missie is om de meest persoonlijke en motiverende leeromgeving te ontwerpen. Wat zijn de gemeten en ervaren opbrengsten van Studyflow voor leerlingen en docenten? Onderzoekpilot: Studyflow is nog niet af. Bevindingen worden meegenomen in de ontwikkelen.

Gebleken is dat Studyflow de volgende uitwerking heeft

  • gebruik van studieflow, focus op de leerlingen – leerlingen gingen zelf aan de slag
  • motivatie van leerlingen – leerlingen waren gemotiveerder, niet langer bezig met opdrachten die ze al begrijpen. Het ingebouwde beloningssysteem werkte zelfs om leerlingen buiten de school te laten werken.

De docent krijgt meer inzicht op de leerbehoeften van de individuele leerling. De leerlingen groeien sneller. Door de overzichten die je krijgt kun je groepen leerlingen die met bepaalde problemen kampen samen zetten en helpen.

13:41 Computersimulaties

Wat zijn de effecten van computersimulaties op het leerrendement? Er bestaan heel erg veel sites die wetenschappelijke experimenten simuleren.

Onderzoekend leren is essentieel! Deze cirkel: Orientatie, hypothese opstellen, experiment, conclusie trekken is zeer belangrijk. Deze bewering sluit dus aan op de ideologie van GO-Labz. Zonder structuur is het niet zinvol computersimulaties te gebruiken.

Heel belangrijk is verder dat het niet alleen leuk en motiverend is. Het moet ook zinvol zijn door het te koppelen aan een grotere structuur. VR helpt bijvoorbeeld voor onderdompeling en is daardoor leuker maar niet per se effectiever. Wanneer je interactie toevoegt wordt het wel effectief. Gebruik simulaties dus om te leren of als voorbereiding op een practicum. Mooier hoeft niet per se beter te zijn.

13:25 Een vloek of zegen? Elektronische leerportfolio’s in het onderwijs.

Er zijn twee studies uitgevoerd. De resultaten verschillen echter enorm. Het enige verschil tussen de onderzoeken is dat de leerlingen bij de ene studie veel begeleiding van een docent kregen en bij de ander juist heel weinig.

Aanbevelingen:

  • Ondersteun autonome motivatie waar mogelijk (zelf betekenisvolle leertaken laten kiezen, verbindingen met praktijk maken, illustraties voor leerproces geven)
  • Begeleid studenten waar nodig (just-in-time feedback, wat is het doel, hoe presteer ik, wat is de volgende stap?)

13:30 Wat is nodig om goed adaptief onderwijs vorm te geven?

Eén op één werken werkt. Adaptief werken werkt. Het is moeilijk iedere dag te controleren in hoeverre een leerling is en wat ze nodig hebben. Hier biedt ICT een oplossing. Gewerkt is bijvoorbeeld met Rekentuin. Hierbij kregen leerlingen opdrachten die aansloten op hun niveau. Adaptief werken begint echter met een goede meting. Een programma dat dit niet goed meet is niet effectief. Ook belangrijk is dat leerlingen er mee willen en kunnen blijven werken. Als je er niet continue mee werkt heeft het weinig effect.

13:24 Oefenen met Muiswerk Werkt! Door Carla Haelermans

Relevant i.v.m. de rekentoets. Is Muiswerk een effectieve methode? Helpt digitaal adaptief oefenen om de prestaties te verhogen? Hoe krijg je leerlingen aan het oefenen? Kunnen ouders en leerkrachten hier een rol in spelen?

Gebleken is

  • Zeer wisselend oefengedrag
  • Leerlingen gaan niet uit zichzelf oefenen
  • Ouders spelen een grote rol in de eerste en in de tweede klas. In de derde klas heeft de ouder weinig invloed op of leerlingen oefenen of niet.
  • Er zijn geavanceerde modules nodig voor derde jaars leerlingen. Deze moeten moeilijker zijn.
  • Bij geautomatiseerde opdrachten was het makkelijk om voortgang te meten. Bij begrijpend lezen was dit een stuk moeilijker.

Adaptief digitaal materiaal helpt. Het ligt echter niet aan het digitale maar aan het adaptieve. De grootte van het succes hangt af van de kwaliteit van het adaptieve materiaal. Vervolgvraag? Is het mogelijk alles op goede adaptieve wijze te toetsen middels digitale middelen?

13:04 De leerlingkant wordt nu belicht  – Liesbeth Kester

One size fits all – nee! Leren op maat. We richten ons teveel op de gemiddelde leerling, zo stelt de OESO. Waar hebben we het over bij leren op maat?

  • cognitie – prestaties leveren, inspanning leveren
  • affect – voorkeuren, interesses
  • gedrag – doen

Hier rekening mee houden betekent dat je bijvoorbeeld je instructie op deze eigenschappen van de leerling aanpast. Onderzoekers kijken steeds naar een klein onderdeel zoals prestatie of moeite die een leerling heeft geïnvesteerd. Er bestaan inmiddels veel adaptieve programma’s die rekening houden met deze verschillen. Tijdens onderzoeken worden echter telkens specifieke interacties tussen leerkenmerken en wat je doet onderzocht. Een breed onderzoek is er nog niet en een doorbraak over hoe je het best differentieert is er nog niet.

Is leerling de baas een mogelijkheid?

Ze vinden het leuk en genieten van de autonomie. Het leren wordt echter niet positief beïnvloed. Leuk leidt niet per se tot leerzaam.

Hoe kun je leerlingen helpen bij het maken van effectievere keuzes? Geef leerlingen niet altijd alle autonomie maar besluit per opdracht of per periode van ontwikkeling hoeveel autonomie een leerling nodig heeft om het hoogste leerrendement te bereiken.

Geef bovendien feedback en advies gericht op het leerproces. Gebleken is dat leerlingen niet altijd in staat zijn verstandige keuzes te maken omtrent welke opdrachten of oefening nuttig voor hen zijn. Ze kiezen vaak (50% van de tijd) op basis van een onderwerp dat hen aanspreekt en niet per se een onderwerp dat in hun leerbehoeften voorziet. De aard van de feedback en gesprekken van bijvoorbeeld een e-portfolio maken dat leerlingen verstandigere keuzes leren maken.

12:00 Kennisrotonde

Taal aanleren gaat om interactie en communicatie. ICT biedt mogelijkheden door bijvoorbeeld van Virtual en Augmented Reality. Meer spreken, produceren en minder grammatica (in eerste stadia) als je het mij vraagt! Vloeiendheid naar grammaticale correctheid! Grammatica Uitleg is Onzin!

11:41 Kennisrotonde

Vragen die je stelt worden door middel van onder andere literatuuronderzoek beantwoord. Het gaat om kennisvragen.  Antwoorden worden gezocht in de database van Kennisrotonde. Vragen waar nog geen antwoord op te vinden is worden onderzocht. Kennis wordt vervolgens weer gedeeld. Je kunt cijfers toekennen aan de antwoorden die je krijgt van de kennisrotonde. Het gemiddelde cijfer is een 7,6. Veel vragen kunnen binnen 1 of 2 weken beantwoord worden, anderen duren langer doordat de database (internationaal) erg groot is of omdat iets onderzocht moet worden.

Voorbeeld van Annemarie: Leerlingen met gedragsproblematiek stromen op een bepaalde school in GB ondanks hun problemen uit met een havo of vwo diploma. Dit komt door quizzen en games in het leerprogramma van de leerlingen op deze school. De vraag van Annemarie was of dit ook in Nederland op effectieve wijze mogelijk is. Hieruit kwam het antwoord:

  • Meer motivatie.
  • Grotere betrokkenheid.
  • Geen aanwijzingen voor doorwerking op leerprestaties.
  • Effecten verschillen voor leerlinggroepen; de leraar legt altijd de verbinding.

Ook een vraag voor de kennisrotonde? Gebruik Kennisrotonde! https://www.nro.nl/kennisrotonde/

11:01 vragenronde

Vraag 1 over GO-lab: Maken basisscholen al gebruik van GO-lab? GO-lab is opgezet van leerlingen tussen 10-18 dus einde basisschool. Er wordt gewerkt aan een versie voor basisscholen: Grafischer, makkelijker en zonder hypothesen. De software is echter sowieso aan te passen aan de leerlingbehoeften. Een voorbeeld van een lab dat gebruikt kan worden op basisscholen is het lab over drijven en zinken.

Vraag 2 over GO-lab: M.b.t. structuur bieden: Het is echt belangrijk dat de labs worden aangeboden binnen een leeromgeving met instructies, een kader en een koppeling aan bijvoorbeeld de leefwereld. Doe je dit niet? Dan gaan leerlingen in het rond spelen met de software en is het leerrendement aanzienlijk lager.

10:55 Marjoke Bakker, NRO-project – Veilig Leren Lezen

Veilig Leren Lezen is oefensoftware.

Hoe kan oefensoftware bij het leren lezen het beste worden ingezet?

onder andere:

  • Inzicht in de mogelijkheden van de software.
  • Beter beurten organiseren zodat iedereen aan de beurt komt.

Wat zijn de effecten bij het gebruik van Veilig Leren Lezen?

  • Leerlingen met de software zijn vooruitgegaan op het gebied van technisch lezen.
  • Oefensoftware lijkt dus een meerwaarde te hebben bij het leren lezen.
  • Op school én thuis gebruiken van de software heeft geen verhoogd effect. Deze constatering betekent echter niet dat individuele leerlingen niet gebaat kunnen zijn bij thuis én op school met de software werken. Deze resultaten zijn echter nog niet verwerkt.

10:45 Wat Werkt voor Wie? Rachel Plak en Inge Merkelbach

Kunnen educatieve computerprogramma’s helpen om achterblijvers in kleutergroepen te helpen?

Merendeel van leerkrachten vindt dat traditionele methoden beter werken (interactie met leerkracht).

Onderzoekers zijn het hier niet mee eens. Kinderen die eerder last hebben van aandachtsproblemen zijn gebaat van digitale (visuele) prentenboeken. Deze leerlingen ervaren vaak een hyperfocus. Ze gaan namelijk op in het te bekijken digitale prentenboek.

Conclusie: De digitale visuele prentenboeken hebben alleen verhoogd effect op leerlingen die makkelijk afleidbaar zijn. De andere leerlingen, waarbij een hyperfocus niet makkelijk opgeroepen wordt, zijn niet gebaat bij deze methode. Echter, een derde van de leerlingen uit het onderzoek van 180 leerlingen is makkelijk afleidbaar en is dus gebaat bij deze manier van werken.

Conclusie:

Digitale educatieve programma’s kunnen voor een grote groep meerwaarde hebben, bovenop de input van de leerkracht. Deze  moeten een essentieel onderdeel van het curriculum worden. De match tussen programma en kind is essentieel.

De effecten van Snappet

Snappet is een app die gebruikt kan worden door leerlingen. leerlingen krijgen feedback. Na opgaven gemaakt te hebben krijgen leerlingen de mogelijkheid adaptieve opdrachten te maken; opdrachten die aansluiten bij het niveau dat zij eerder hebben laten zien.

Is het effectief gebleken?

Resultaten tonen geen significante verbetering voor het onderdeel spelling.

Echter, voor rekenen anderhalve maand leerwinst! Ze gaan het ondanks een verhoogd leerrendement niet leuker vinden. De leerlingen die docenten hebben die op basis van Snappet feedback differentiëren doen het significant beter.

Vragen en opmerkingen n.a.v. onderzoek:

Was de spellingsoftware wel goed?

Moet dit wel op een tablet?

Vooral de sterke leerlingen hebben er baat bij. Ze hoeven niet te wachten op anderen door de adaptieve opdrachten.

Wat wellicht ontbreekt is dat leerlingen geen feedback krijgen hoe zij het beter kunnen doen.

10:33 Antoine van den Beemt – Wat gebeurt er met ICT in de klas?

In welke mate en voor welke doelen maken leraren gebruik van specifieke ict-applicaties in het onderwijsleerproces?

Voornamelijk PC+ digibord – presentatiesoftware, social media, oefensoftware

Leraar heeft voornamelijk de rol: instructie. Leerlingen: vragen, uitvoeren.

Voornamelijk begin en midden van de les.

Het mag best wat spannender en educatiever! Wens tot onderwijs gedreven ICT.”Wat hebben je leerlingen nodig in de lesinhoud” Leerdoelen ontbreken echter vaak en er bestaat een gebrek aan het ontbreken van een onderwijsvisie.

Bovendien zijn docenten onbewust ict-onbekwaam.

Tips: begin met tools die je al kent, gebruik alleen ict als het je onderwijs beter maakt, deel en ontwikkel samen met collega’s.

10:13 Ton de Jong, Universiteit Twente

Go-lab: onderzoekend leren met online labs. Uitgangspunt: “Er is een grote behoefte aan uitdagend science onderwijs.” Actief leren verhoogt de prestatie met 0,47 SD (ongeveer 6%)

Actief leren is:

GO-lab

Een voorbeeld:

Online labs: leerlingen kunnen online labsituaties ervaren. Niet alleen geprogrammeerde animaties maar ook op afstand real-time uit te voeren experimenten. Met andere woorden: Leerlingen kunnen zeggen wat er in een laboratorium ergens anders in de wereld moet gebeuren en zien dat vervolgens via een live video. Zelfs spelen met een deeltjesversneller is mogelijk. Dit is gebeurt uiteraard niet echt elders in de wereld.

Een maar: alleen effectief als structuur gebonden wordt. Dus niet leerlingen naar een website sturen en zeggen ga maar spelen maar een structuur, kader bieden.

De experimenten die beschikbaar zijn worden continue aangevuld door docenten vanuit de hele wereld.

Lees hier meer over GO-lab: http://www.golabz.eu/ en http://www.go-lab-project.eu/inquiry-learning-spaces

Hoe maak je een leeromgeving, in andere woorden, hoe creëer je een leeromgeving? Ook dit kan in Go-lab. Je hoeft dus geen website te bouwen of andere tools zoals cloudschool.org te gebruiken. Leeromgevingen zijn te delen met andere docenten. Samenwerken met anderen is ook mogelijk!

 

10:06 We gaan van start!

Drie thema’s: Digitaal lesmateriaal bij de leraar, de leerling en de leersituatie.

Dennis de Vink

Gedreven docent Engels en mentor. Dennis schrijft met veel passie een eigen methode voor zijn vak en is erg enthousiast over formatief evalueren en handelen.

Deze post heeft een reactie

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Sluit Menu